
Inti Raymi (Quechua voor Zonnefeest)
Vandaag (7/04) zijn we op bezoek geweest in de mijn Inti Raymi,
op twee uur rijden ten noorden van Oruro. We zijn vriendelijk
ontvangen, ze boden ons zelfs een lunch aan, maar door
ontvangen, ze boden ons zelfs een lunch aan, maar door
tijdsgebrek hebben we die helaas moeten weigeren.
We kregen een fluo-vestje met 'Visita' (bezoek) op, een groene
helm en een veiligheidsbril nog in de verpakking. We moesten de
veiligheidsvoorschriften lezen en ondertekenen, en een
aanwezigheidslijst, met je naam, bedrijf, land van afkomst
en paspoortnummer. Ze drukten ons op het hart dat ze blij
waren met ons bezoek, want dat ze absoluut een transparant
beleid voeren. Ik was afgevaardigde, samen met de
Canadees Mark Hathaway, van de Presbiteriaanse Kerk,
de rest waren 'collega's' van CEPA. Ze vroegen me naar
de reden van mijn bezoek, wat mij verontrustte ivm de
mijn, welke vragen ik erover had, zodat ze al mijn twijfels
konden weerleggen, vol lof over hun bedrijf, maar wat
had ik anders verwacht. Ik zei dat ik enkel uit
nieuwsgierigheid meegekomen was, dat er niets meer
achter te zoeken was, maar ze bleven argwanend.
Ze spotten er zelfs een beetje mee, alsof er wel een andere
dieper gewortelde reden moest zijn.
Nieuwsgierigheid vond ik al goed om te beginnen.
Misschien komen er nog bezoeken, en tegen dan zal ik
hopelijk al wat onderzoeksresultaten onder ogen
hebben gekregen van de UGent, die al dan niet op
vervuiling in de directe omgeving wijzen. Omdat men hier
percies nog niet van sanering van de bedrijfsterreinen heeft
gehoord, kunnen er nog ernstige gevolgen optreden
voor de omgeving. De mijn denkt te sluiten begin 2010,
er zou nog ontginning voorzien zijn tot november 2009.
Dan zijn ze nog wettelijk gebonden aan een
'nazorg' van het terrein van 3 jaar. Ondanks het feit dat ze
schermen met het zich aan de internationale en Boliviaanse
milieuwetgeving, regels en normen houden, komen er
nog geregeld klachten binnen van de omliggende
gemeenschappen/dorpen ivm ganado (koeien, schapen,...) die
sterven nadat ze van 'vervuild' water gedronken hebben.
Het bedrijfsterrein is enorm groot, er zijn bv verkeerslichten,
een ziekenhuis zelfs, en een gids-eenheid, die in de loop
van ons bezoek ogenschijnlijk vertienvoudigd was.
Eerst moesten we met onze mini-bus waarop een
rode wimpel was gemonteerd een jeep volgen, tegen het
einde toe werden wij op onze beurt gevolgd door nog
5 of 6 andere voertuigen van het bedrijf.
Inti Raymi is een open mijn, geen claustrofobische gangen
naar een helse diepte in de berg, zoals in Potosí, maar een
berg waarvan ze een kant zijn beginnen afgraven. We zijn
meegetroond naar het nieuwe meer Lago Kori Kollo, naar
de meer dan 400 vierkante km desmontes
(uitgespreide afval) en naar een stuk dat nog moest
opdrogen/verdampen zodat ze er beschermlagen over
konden leggen. In dat stuk waren al rietplanten aan het
groeien, dus ik weet niet hoe vervuild dat zou kunnen
zijn, en hoe resistent de planten zijn aan blauwzuur...
zijn, en hoe resistent de planten zijn aan blauwzuur...
Uiteindelijk zijn we naar de plataforma gegaan, terug
aan het begin van onze rondrit.
Inti Raymi (Newmont Mining) is sinds 1985 actief in Bolivia.
Eerst moest het dorpje La Holla wijken voor de goud- en
zilvermijn, de ruines van adobe staan er nog, maar de
inwoners zijn verplaatst naar bakstenen huizen enkele
kilometers verder. Ze genieten nu van elektriciteit,
dankzij het mijnbouwbedrijf, net als bijna alle
gemeenschappen in de buurt van de huidige mijn.
Daarna zijn ze begonnen aan het exploiteren van de
Kori Kollo (berg van goud in Quechua) en nog later in Kori Chaca.
Ze zijn als volgt te werk gegaan: Eerst hebben ze een put
Kori Kollo (berg van goud in Quechua) en nog later in Kori Chaca.
Ze zijn als volgt te werk gegaan: Eerst hebben ze een put
gegraven, el Tago de Kori Kollo. Daar hebben ze nu een meer
van gemaakt. De onderste laag is zout water, grondwater,
en de bovenste 25m is zoet water, uit het riviertje Desaguadero.
Omdat het nog een 'nieuw' meer is, is er nog geen leven in te
bespeuren, hoewel ik van de Unidad de Medio Ambiente
(natuur-unit) heb vernomen dat ze er enkele jaren
geleden prat op gingen dat ze er forel in zouden zetten, maar bij dit
geleden prat op gingen dat ze er forel in zouden zetten, maar bij dit
bezoek was er plots geen sprake meer van. Of dat leven er dus ooit
zal komen, zal de toekomst uitwijzen. Het mijnafval en de
chemicaliën die ze gebruikt hebben bij de ontginning van
het zilver en goud, kunnen ernstige schade toegebracht hebben,
maar er is geen raming gemaakt van de gevolgen op lange termijn.
Omdat er veel klachten zijn gekomen uit de omliggende dorpen,
heeft het bedrijf een milieu-audit aangevraagd, om te bewijzen
dat ze niet vervuilend te werk gaan,
en dat ze niet veel van het schaarse omgevingswater gebruiken.
De milieu-audit is begonnen in 2003, maar resultaten zijn nog
steeds niet bekend. Er zijn enkele problemen geweest met het
aanduiden van een bedrijf, want het moet internationaal
gerenommeerd zijn, moet onpartijdig zijn (het eerste audit-
bureau is buiten gesmeten nadat men heeft kunnen aantonen
dat het niet neutraal was), en zo is er vertraging opgelopen.
Ondertussen blijven de klachten binnenstromen.
Nadat de put (tago) helemaal ge-exploiteerd was, zijn ze aan de
Nadat de put (tago) helemaal ge-exploiteerd was, zijn ze aan de
berg ernaast begonnen. Ze hebben een dikke plastiek laag van
poly-ethileen gelegd naast de berg, en zijn daar ertsen beginnen
ophopen, een 'plataforma', platform hebben ze gemaakt. Op dat
platform leggen ze lagen kalk en dat besproeien ze met blauwzuur
(cianuro) en spoelen het daarna af met vers gezuiverd/steriel
water. Het goud en zilver komt daardoor vrij van de erts, spoelt
met het water mee naar beneden en wordt gekoppeld aan
carbon activo (actieve koolstof?). Die stof wordt op zijn beurt
behandeld en het goud en zilver komen vrij.
Eens het blauwzuur verbruikt is, wordt het in een open recipient
opgevangen, het is restafval, want kan niet meer van dienst zijn,
het kan niet meer gerecycleerd worden. Omdat het allemaal in
open lucht is, en door de grote hoogte en de blakke zon, verdampt
er veel afvalwater. Hoewel het een gesloten circuit is, zeggen de
ingenieurs, hebben ze toch telkens nieuw water nodig, zo'n 200
kubieke m per maand. Wat doen ze met de ertsrotsen die te
weinig edelmetaal bevatten en dus economisch niet interessant
zijn (desmonte)? Die spreiden ze uit in de omgeving. Ze leggen
wederom een plastiek, maken een laag van een meter dikke
rotsblokken, dan een laag ertsafval, wat veel sulfuras (?) bevat,
en dan een laag van 30 cm grond, die ze daarvoor hebben
afgegraven om de laag op te leggen. Daarop hebben ze plantjes
aangeplant, maar geen inheemse, want de zaden daarvan waren
nog niet te krijgen aan het begin van het project van rehabilitatie
en revegetatie om erosie van de aarde en acide water te
vermijden/ afval-dumpproject in 1995. Daarom hebben ze
maar Argentijnse plantjes gebruikt. Door de wind is er
ondertussen al een aantal plaatselijke soorten zaden verspreid
en zijn er stilaan plantjes gegroeid. Tegenwoordig, op de nieuwere
stukken afval (desmontadura), kunnen ze al Boliviaanse plantjes
zetten. Ik vroeg hoeveel verschillende soorten planten er
ongeveer groeiden, waarop ze ons meenamen naar een
afgebakend stukje met naambordjes, waarop ze zeer fier waren.
Ze waren ons gezelschap van 11 (8 van Cepa, 2 vd
Presbiteriaanse Kerk en 1 chauffeur) de hele tijd, gedurende
het hele bezoek, aan het fotograferen en filmen.
Op de duur voelde ik mij echt omringd door paparazzi.
In het levend herbarium kreeg ik plots twee van de zeldzame
gele bloemetjes die er groeiden in mijn handen geduwd. Opeens
wilden enkele ingenieurs met mij op de foto. 'Ik wil op de foto
met de illustere zuster'. Ze vroegen me mijn e-mailadres om
de foto's op te sturen. Ben eens benieuwd (ondertussen heb ik
de foto reeds ge-upload, rechtsbovenaan). Toen we door gingen
kreeg ik natuurlijk twee kussen van de ingenieurs en kreeg
ieder een heel pak informatie mee, een kalender met
ieder een heel pak informatie mee, een kalender met
gefotoshopte foto's, verschillende krantjes met alle goede
doelen die ze hebben gefinancierd, uitleg over hoe ze werken
aan het natuurbehoud en -beheer, wat ze doen voor de
ontwikkeling van Oruro, enz. En dan moet je weten dat de
mijn oorspronkelijk gefinancierd is met geld van de Wereldbank.
mijn oorspronkelijk gefinancierd is met geld van de Wereldbank.
Op de weg terug waren ze natuurlijk aan het grappen dat ik in
een van de volgende krantjes zal staan als 'het illustere curieuze
bezoek, met de goedkeuring van God'.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten