Zaterdag was een familie-bezoek dag, maar ik heb mij
op het werk gestort, want ik heb de indruk dat ik een
beetje achter sta. Door de hoogte werken mijn hersenen
minder goed. Ik kan vaak op woorden niet opkomen, of
geraak niet uit mijn woorden. Als ik een uitleg doe
van pakweg 5min, wat niet ondenkbaar is voor mij :-),
ben ik buiten adem en moet ik letterlijk naar adem happen.
Als ik gewoon over straat loop, dan gaat het nog, maar
als ik daarbij dan ook nog eens babbel, is het wel
uitputtend. Tot mijn grote spijt kan ik hier nog maar
10 keer na elkaar pompen, en lukt het me niet om een
conditie op te bouwen. Frustrerend. Als de fietsen in
orde waren, gingen Kevin en ik (de 12-jarige zoon van
Camila Flores, in wiens huis ik op de eerste verdieping
een kamer huur) een fietstochtje maken. Zaterdagnamiddag om
16u waren we vertrokken. Eerst even langs de garagist een
paar huizen verder, om de banden te laten oppompen.
De mountainbikes hadden betere tijden gekend, de
remmen werkten niet fatsoenlijk, een had geen pedalen,
maar dat maakte deel uit van het avontuur. Kevin wilde
de hele tijd racen. Dat ik niet competitief ingesteld ben,
vond ik een iets te moeilijke uitleg, dus hield ik het
maar op de uitputting. Ookal waren de hellingen
verwaarloosbaar, ik voelde ze toch, ik kon hem zo al
moeilijk bijhouden.
We zijn terug naar Los Arenales gefietst, op schattenjacht.
Kevin hoopte er gsm's en muntstukken te vinden, die uit
mensen hun zakker waren gegleden de dag ervoor en die nu
eventueel door de wind waren komen bloodliggen.
Na een half uurtje fietsen en nog 10min de fiets door
het mulle zand bergop en bergaf duwen, waren we
eventjes geveld. Ik had water bij, maar niet aan eten
gedacht, mijn maag begon te ronken. Kevin wilde dat ik
hem 'begroef'. Tegen 18u terug vertrokken.
De donkere kleur van de hemel kondigde regen aan.
De rand van het regengordijn haalde ons toch in en
veranderde in hagel. We hebben het op een spurten gezet
en deze keer kon Kevin mij moeilijk bijhouden. Het goede
nieuws was dat Janneth pannenkoeken gebakken had! Niet
te vergelijken qua textuur en uiterlijk met die van ons,
maar wat de smaak betrof moesten ze toch niet onderdoen.
Edith, die ik had leren kennen op ons avondje uit
woensdag, had gebeld om iets te gaan drinken.
Oorspronkelijk hadden we afgesproken om samen met Marco
naar een rock-concert te gaan, maar dat concert vond
toch niet plaats. Omdat ik de stad nog niet goed ken,
had ze me een meeting-point gegeven, zodat ik aan de
chauffeur van de minibus kon zeggen waar hij mij moest
afzetten.
Minibussen en Micro's (ondanks de naam een iets grotere
versie) hebben een traject, maar geen haltes. Ze
claxonneren als je voorbij rijdt, je steekt je hand
op en je stapt in. Als je op je bestemming bent zeg je
'en la esquina por favor' (op de hoek aub, ookal is daar
geen hoek, doet er niet toe) en je stapt uit.
Officieel is er (zit)plaats voor 18 man, chauffeur
inbegrepen, maar ik heb al meegemaakt dat we er met
30 in zaten geplet. Nog even een weetje. Donderdag
hebben de chauffeurs van Oruro beslist om de prijs
van een ritje met 50% op te slaan. In navolging van
Santa Cruz vorige week, waar er natuurlijk massaal
protest tegen was gekomen, met betogingen en gevechten
tussen hen en de politie. Janneth had mij gewaarschuwd
dat de prijsverhoging (nog) niet was goedgekeurd door
de regering, dus dat ik die verhoging niet moest betalen,
want dat betekende dat je ermee akkoord ging. Zij had
van haar tak gemaakt tegen de chauffeur die dag en ze
had gelijk gekregen. Daarbij vertelde ze me dat de
chauffeurs geen belastingen betalen op hun inkomsten
en dat ze de helft van de naft betaald krijgen door de
regering als subsidie, dus wachtte ze op goedkeuring van
de regering. En ik dan ook maar. Want een antropoloog
moet altijd voorzichtig zijn, altijd eerst de kat uit
de boom kijken, en imiteren.
Marco stond mij al op te wachten op de hoek van de
Mercado Campero, Pagador en Bolivar. Omdat ik 10min te
laat was - er kwam niet direct een minibus - vroeg hij of
ik in België ook soms te laat kwam. Soms? Altijd (op
enkele uitzonderingen na, zoals werk, school, examens, ...).
Ah, zei hij, dan is dat niet iets typisch Boliviaans, maar
typisch iets voor meisjes. Steek! Edith was nog 10min later
dan mij. Eerst naar een John Lennon-cafe geweest, British
genaamd. Het hing daar vol posters, foto's en schilderijen
van de held. Daar hebben we een lekkere biercocktail gedronken
(niet zoals die in Mons, die we met 4 amper opkregen).
Huari-bier (gemaakt van het zuiverste water van Bolivia)
met grenadina. Niet de chemische brol die je bij ons als
siroop in blikken flessen kan kopen, maar vers geperst van
granaatappels (ik heb mij al altijd afgevraagd van waar
grenadine kwam :-), de kleur komt door de rode pitjes).
Daarna zijn we naar El Muro geweest. Een fantastisch mooi
ingericht cafe, vlak op een overblijvend stuk stadswal
gebouwd. Het was dicht, maar mijn collega Marco is bevriend
met de eigenaar, dus een kreet door het gebroken venstertje
en 2min later stond hij er. Bleek dat er nog veel
'vrienden' waren binnengelaten, want de helft zat vol.
De laatste keer dat hij er was komen drinken was het
cafe ook dicht. Dat was de avond voor het referendum.
Stemmen is verplicht in Bolivia, alcohol is een probleem,
maar zeker geen taboe. Daarom is het bij wet verboden
om de avond voordat je moet gaan stemmen alcohol te drinken.
Zelfs thuis mag je niet drinken. Als ze je thuis betrappen,
arresteren ze je onmiddellijk.
In de loop van de avond kwam er een kennis van Marco
bijzitten, die ook antropologie had gestudeerd, en
rechten, en nu op de rechtbank werkte. Hij was vol
lof over mij en zwoor dat hij zijn eerstgeboren dochter
naar mij zou noemen. Omdat ze mensen die een
licentiaatsdiploma hebben hier aanspreken met
'Licenciado' (of doctor, of ingeniero), noemde hij mij
voortdurend 'lice'. En hij benadrukte dat iedereen
antropologie zou moeten gestudeerd hebben als basis,
(en er ging een belletje rinkelen in mijn achterhoofd,
want ik had dat Rik Pinxten ook al eens horen zeggen
tijdens een van de eerste lessen), and I couldn't agree
more.
De minibussen rijden hier 24u op 24. Daar kunnen ze
in België nog iets van leren! Taxi's zijn hier niet
te betrouwen, dus ben ik heel blij. De chauffeur van de
mini-bus die we tegenhielden om mij op te zetten, was
toevallig een kennis van Marco. Marco vertelde mijn adres
aan de chauffeur en zei me dat hij me veilig moest
thuisbrengen. Hij zette me voor de deur af en tot
mijn grote verbazing weigerde hij me zelfs mijn pasaje
(ritgeld) in ontvangst te nemen!
Zondag nog meer arroz con leche (hmm!) en familiebezoek
(een onkel uit Cochabamba), maar ik heb me rustig op
mijn kamer teruggetrokken om wat te lezen,
mijn blogteksten te schrijven en mijn foto's te
archiveren. Het heeft trouwens toch bijna heel de dag
geregend, dus weer om buiten te komen was het niet.
Nog een merkwaardig iets: om de een of andere reden
voel ik mij altijd super dankbaar als het hier regent.
In België loop ik niet bepaald hoog op met de regen,
waarschijnlijk omdat we er teveel van hebben, maar hier
zou ik bijna een vreugdesprongetje maken (bij wijze van
spreken he!). Doordat de altiplano gevormd is door
sediment, blijft het water staan en dat geeft een
prachtig fonkelend zicht als je door het landschap
rijdt. Het spijtige is wel dat het water verdampt en
dat het niet bijdraagt aan de zoetwatervoorraad,
waarvan een nijpend tekort dreigt. Wat ik hier
allemaal al niet geleerd heb!
maandag 13 april 2009
Semana Santa 3
Vrijdagvoormiddag moest je nuchter blijven tot 12u,
terwijl de vrouwen aan het koken waren (en het is
me gelukt!). Het is de bedoeling dat je 12 gerechten
klaarmaakt, voor de 12 apostelen. De lunch is dan super
zwaar, want je moet minstens van elk gerecht proeven.
Je mag geen vlees klaarmaken op Viernes Santo
(heilige vrijdag), wel vis, maar de verse vis stond
voor deze gelegenheid heel duur aangeprijst, waardoor
we het maar gehouden hebben op sardientjes uit blik.
Omdat het nu de periode is van de pompoen (zapallo),
is dit een ingrediënt van meerdere gerechten. Typische
gerechten zijn Ají de Zapallo, Ají de Liza (een soort
puree van patatjes met een oranje-rode schil, papaliza
genaamd), K'allu de Sardina en Arroz con leche. Dit
laatste gerecht in onontbeerlijk. Het is rijst gekookt
met melk en kaneel, naar believen kan je er ook nog
suiker, amandelschilfers en geraspte cocos bijdoen.
Voilà, een typisch Boliviaans recept, voor de liefhebbers!
Uiteindelijk waren we maar aan 8 gerechten geraakt,
maar dat kon geen kwaad. Nu hebben we nog voor 3 dagen eten
over. Ik had een salade van tomaat en komkommer gemaakt,
sopa de naranja (pompoen, ui, wortel en een sinaasappel
uitgeperst, een recept uit Madrid)en een poging tot omelet.
Omdat het gasvuur hier niet op een laag pitje kan worden
gezet, of omdat het laagste nog heel fel is, en omdat de
pan niet geschikt was, is het noodzakelijkerwijs een roerei
geworden, met tomaat en rode ui (want andere ui is hier niet
te krijgen). Desondanks vonden ze mijn gerechten toch wel
heerlijk. :-)
In de namiddag zijn we naar Los Arenales (de duinen)
geweest. Dat is een stuk heuvelachtige woestijn, met zacht
rood-oranje zand, waar toefjes prikkend (zo scherp als doornen)
gras en riet groeien en gele bloempjes, dezelfde als ze mij bij
mijn bezoek aan Inti Raymi hadden aangeboden. Los Arenales
ligt een kwartiertje ten zuiden van Oruro, met de auto/openbaar
vervoer. Omdat het een typisch gebruik is om daar in de
namiddag van Viernes Santo naartoe te gaan, was het een
overrompeling. Het leek wel of heel Oruro daar op zijn
minst even gepasseerd moest zijn. Duizende ballen vlogen
door de lucht, overal spelende kinderen, tenten die bijna
gingen waaien want er was veel wind en de hemel zag er uit
alsof er elk ogenblik terug een bui kon vallen.
De studenten van de Kunstacademie hadden de
namiddag ervoor zandsculpturen gemaakt. Thema: de
uitbeelding van de 14 stadia die Jezus had doorlopen
alvorens aan het kruis genageld te worden, de viacrucis.
Tijdens het aanschuiven om de sculpturen te bezichtigen,
hebben we een ijsje gegeten dat op het punt stond te
ontdooien. Diepvriezers sleuren ze niet mee naar Los
Arenales (eerlijk gezegd heb ik nog geen diepvriezers
gezien in de maat van een ijskraampje, ook thuis
hebben de mensen geen diepvriezers en nergens kan je
bevrozen eten kopen, dus waarom zouden ze dat nodig
hebben...). De ijsjes worden koel gehouden in een
grote isimo-doos. Omdat er veel wind stond en we er niet
op gekleed waren, zijn we na een uurtje al terug
richting huis vertrokken. 'De jongeren' blijven er
nachtje-door doen, met voldoende voorraad alcohol, en
omdat er dan niemand meer is die hen terug wil meenemen
naar de stad (heb ik mij laten vertellendoor Janneth,
mijn 'ama de casa'), is het een mooie wandeling terug.
Al een geluk voor hen, zijn ze een geasvalteerde weg
aan het aanleggen, die voor een deel reeds klaar is,
maar die nog niet open is voor het publiek en door
fietsers en wandelaars al wel in gebruik wordt genomen.
Het is de gewoonte om elkaar, als koppel, paaseieren
cadeau te doen. Niets voor de kindjes, allemaal voor de
volwassenen. Paaseieren zijn hier ongelooflijk duur en
individueel in een gekleurd zilverpapiertje verpakt.
Het is meer een kwestie van statussymbool dan een
teken van liefde, heb ik de indruk. Een middelgroot ei bv,
kost 35 Bs. (bijna 4 euro), als je dan bedenkt dat
een pistolet 0,4 Bs kost, kan je al vergelijken.
Nu heb ik wel spijt dat ik geen zakje kleine paaseitjes
heb meegenomen, om hier uit te delen aan de mensen
die ik hier heb leren kennen.
terwijl de vrouwen aan het koken waren (en het is
me gelukt!). Het is de bedoeling dat je 12 gerechten
klaarmaakt, voor de 12 apostelen. De lunch is dan super
zwaar, want je moet minstens van elk gerecht proeven.
Je mag geen vlees klaarmaken op Viernes Santo
(heilige vrijdag), wel vis, maar de verse vis stond
voor deze gelegenheid heel duur aangeprijst, waardoor
we het maar gehouden hebben op sardientjes uit blik.
Omdat het nu de periode is van de pompoen (zapallo),
is dit een ingrediënt van meerdere gerechten. Typische
gerechten zijn Ají de Zapallo, Ají de Liza (een soort
puree van patatjes met een oranje-rode schil, papaliza
genaamd), K'allu de Sardina en Arroz con leche. Dit
laatste gerecht in onontbeerlijk. Het is rijst gekookt
met melk en kaneel, naar believen kan je er ook nog
suiker, amandelschilfers en geraspte cocos bijdoen.
Voilà, een typisch Boliviaans recept, voor de liefhebbers!
Uiteindelijk waren we maar aan 8 gerechten geraakt,
maar dat kon geen kwaad. Nu hebben we nog voor 3 dagen eten
over. Ik had een salade van tomaat en komkommer gemaakt,
sopa de naranja (pompoen, ui, wortel en een sinaasappel
uitgeperst, een recept uit Madrid)en een poging tot omelet.
Omdat het gasvuur hier niet op een laag pitje kan worden
gezet, of omdat het laagste nog heel fel is, en omdat de
pan niet geschikt was, is het noodzakelijkerwijs een roerei
geworden, met tomaat en rode ui (want andere ui is hier niet
te krijgen). Desondanks vonden ze mijn gerechten toch wel
heerlijk. :-)
In de namiddag zijn we naar Los Arenales (de duinen)
geweest. Dat is een stuk heuvelachtige woestijn, met zacht
rood-oranje zand, waar toefjes prikkend (zo scherp als doornen)
gras en riet groeien en gele bloempjes, dezelfde als ze mij bij
mijn bezoek aan Inti Raymi hadden aangeboden. Los Arenales
ligt een kwartiertje ten zuiden van Oruro, met de auto/openbaar
vervoer. Omdat het een typisch gebruik is om daar in de
namiddag van Viernes Santo naartoe te gaan, was het een
overrompeling. Het leek wel of heel Oruro daar op zijn
minst even gepasseerd moest zijn. Duizende ballen vlogen
door de lucht, overal spelende kinderen, tenten die bijna
gingen waaien want er was veel wind en de hemel zag er uit
alsof er elk ogenblik terug een bui kon vallen.
De studenten van de Kunstacademie hadden de
namiddag ervoor zandsculpturen gemaakt. Thema: de
uitbeelding van de 14 stadia die Jezus had doorlopen
alvorens aan het kruis genageld te worden, de viacrucis.
Tijdens het aanschuiven om de sculpturen te bezichtigen,
hebben we een ijsje gegeten dat op het punt stond te
ontdooien. Diepvriezers sleuren ze niet mee naar Los
Arenales (eerlijk gezegd heb ik nog geen diepvriezers
gezien in de maat van een ijskraampje, ook thuis
hebben de mensen geen diepvriezers en nergens kan je
bevrozen eten kopen, dus waarom zouden ze dat nodig
hebben...). De ijsjes worden koel gehouden in een
grote isimo-doos. Omdat er veel wind stond en we er niet
op gekleed waren, zijn we na een uurtje al terug
richting huis vertrokken. 'De jongeren' blijven er
nachtje-door doen, met voldoende voorraad alcohol, en
omdat er dan niemand meer is die hen terug wil meenemen
naar de stad (heb ik mij laten vertellendoor Janneth,
mijn 'ama de casa'), is het een mooie wandeling terug.
Al een geluk voor hen, zijn ze een geasvalteerde weg
aan het aanleggen, die voor een deel reeds klaar is,
maar die nog niet open is voor het publiek en door
fietsers en wandelaars al wel in gebruik wordt genomen.
Het is de gewoonte om elkaar, als koppel, paaseieren
cadeau te doen. Niets voor de kindjes, allemaal voor de
volwassenen. Paaseieren zijn hier ongelooflijk duur en
individueel in een gekleurd zilverpapiertje verpakt.
Het is meer een kwestie van statussymbool dan een
teken van liefde, heb ik de indruk. Een middelgroot ei bv,
kost 35 Bs. (bijna 4 euro), als je dan bedenkt dat
een pistolet 0,4 Bs kost, kan je al vergelijken.
Nu heb ik wel spijt dat ik geen zakje kleine paaseitjes
heb meegenomen, om hier uit te delen aan de mensen
die ik hier heb leren kennen.
Semana Santa 2
Zoals ik al zei, was donderdag een semi-feestdag.
Meestal ben ik van mijn unit als eerste op het werk (9u),
maar deze keer was ik een beetje later en Marco was er al.
Marcelo kwam er nog een uurtje later door (hij moet voor
zijn zieke moeder zorgen)en ik had ontbijt meegenomen
(pistolets). Maar neen, om 10u30 gingen Marco en Marcelo
om salte~nas, of een Argentijnse variant daarvan, empanada
Tucumana. Heerlijk! Het is een algemene traditie om dat
tussen 10 en 11 te eten, maar ik had daar de kans nog niet
toe gekregen. 's Middags is er normaalgezien een pauze van
12u30 tot 15u, en dan wordt er doorgewerkt tot 18u30 à 19u,
maar niet op de semifeestdag.
Do~na Isabel (de conciërge van CEPA) had voor ons hamburguesas
gemaakt. Broodjes met eender wat tussen worden hamburguesas
genoemd. Deze keer zat er geen vlees maar een omelet tussen.
Heerlijk. Kriss was langsgekomen om 11u30, een pasantía van
het jaar ervoor, die ondertussen al afgestudeerd was, omdat
ze nog iets te bespreken had met el Hermano (Gilberto).
Samen met Marcelo hebben ze zitten afgeven op de Faculteit
Antropologie, blijkbaar moet je een eersteklas mouwveger en
hielenlikker zijn, als je iets wil bereiken. Of het nu
deelnemen is aan een groepswerk, of goede punten halen,
het komt er op neer om te slijmen bij de proffen en de
directeur, want anders kan je niets bereiken. Wat vaak
gebeurt is dus dat studenten en proffen tijdens de week
samen op de lappen gaan en er dingen besproken worden waar
er de volgende les op voortgegaan wordt en degenen die er
dan die avond niet bij waren, kunnen niet volgen. Of
postjes worden op die manier ook uitgedeeld. Een prof
moet niet goed zijn in lesgeven, moet geen degelijke cursus
hebben, moet geen serieus of hoogstaand onderzoek hebben
gevoerd of bezig zijn, of moet geen taken en/of examens
opgeven, hij moet gewoon de juiste mensen kennen en zich
'prostitueren'. Een beetje een sterk woord, maar de
corruptie tiert er weelderig. Een buitenlandse prof is
ooit buiten gesmeten omdat het examen te moeilijk was,
vonden enkele studenten die dicht bij de toenmalige
directeur stonden. Ze hadden geklaagd en omdat die prof
het examen niet wilde aanpassen, wat die niet nodig achtte,
is hij/zij moeten gaan. 'Het vak was overbodig' of 'het
vak werd afgebouwd', was het officiële verhaal.
Netwerken jongens, dat is de boodschap. Ik heb hen verteld
dat ik de indruk heb dat het er in België in bepaalde
sectoren ook zo aan toe gaat. Als je belangrijke mensen
kent, kunnen die een goed woordje voor je doen. In België
kan je ook praktisch alleen maar doctoreren als je in de
smaak valt van een bepaalde prof. Of in de politiek is
het nog erger, met de postjesverdeling, de
vriendjespolitiek, of je moet een 'partijkaart' hebben
om ergens aan bod te komen. Evo Morales probeert de
staatsorganen een beetje aan te passen om de corruptie
stilaan weg te werken, maar er komt natuurlijk veel
tegenwind. En weet je wat nog erger is? Ik heb zelfs
meegewerkt aan dit zogenaamde systeem van
vriendjespolitiek. Een van de antropologen die
woensdagavond mee iets waren gaan drinken, vertelde
me dat hij graag zou willen verder studeren aan het
conservatorium in La Paz. Hij was reeds door zijn
ingangsexamen, maar nu kwam hij op een wachtlijst
te staan. Omdat ik in La Paz een prof van het
conservatorium (en assistent-dirigent van het Nationaal
Symfonisch Orkest) had leren kennen, beloofde ik hem
zijn telefoonnummer door te geven. Dan moest hij maar
bellen met de groetjes van Anaïs van BD. In mijn eerste
week in La Paz, sliep ik in een kamer van het
hoofdkwartier van BD. Op het eerste verdiep woonde
een moeder met haar zoon en die zoon is de prof/dirigent.
We zijn zelfs samen naar een concert van het
Nationaal Symfonisch Orkest geweest. Het lot brengt
ons van mens tot mens. Het was goed bedoeld, ik wilde
de jongen enkel maar helpen. Ik kan het systeem niet
veranderen. Door mijn weigering zou ik deze jongen
enkel zijn kans afpakken. Ik suste me met de gedachte:
Als je auto op Diesel rijdt, moet je niet ineens LPG gaan
tanken omdat je dat zo wilt, je moet eerst de motor
aanpassen.
Donderdagnamiddag was het de bedoeling om, zoals de
katholieke traditie hier vereist, langs 14
verschillende kerken te gaan. Maar ik was nog even op
het werk gebleven om foto's op mijn blog te zetten.
3 uur heeft het geduurd, voor 3 foto's.
Mijn geduld werd zwaar op de proef gesteld.
Wat zijn wij verwend met onze snelle computers en
ons snel internet in België (en dan hebben ze bij
CEPA nog niet te klagen over hun materiaal).
Daarna ben ik nog snel inkopen gaan doen op de markt
voor het grote feestmaal van vrijdagmiddag. Op de
valreep, want de kraampjes beginnen in te pakken
als het begint te schemeren (18u30).
Meestal ben ik van mijn unit als eerste op het werk (9u),
maar deze keer was ik een beetje later en Marco was er al.
Marcelo kwam er nog een uurtje later door (hij moet voor
zijn zieke moeder zorgen)en ik had ontbijt meegenomen
(pistolets). Maar neen, om 10u30 gingen Marco en Marcelo
om salte~nas, of een Argentijnse variant daarvan, empanada
Tucumana. Heerlijk! Het is een algemene traditie om dat
tussen 10 en 11 te eten, maar ik had daar de kans nog niet
toe gekregen. 's Middags is er normaalgezien een pauze van
12u30 tot 15u, en dan wordt er doorgewerkt tot 18u30 à 19u,
maar niet op de semifeestdag.
Do~na Isabel (de conciërge van CEPA) had voor ons hamburguesas
gemaakt. Broodjes met eender wat tussen worden hamburguesas
genoemd. Deze keer zat er geen vlees maar een omelet tussen.
Heerlijk. Kriss was langsgekomen om 11u30, een pasantía van
het jaar ervoor, die ondertussen al afgestudeerd was, omdat
ze nog iets te bespreken had met el Hermano (Gilberto).
Samen met Marcelo hebben ze zitten afgeven op de Faculteit
Antropologie, blijkbaar moet je een eersteklas mouwveger en
hielenlikker zijn, als je iets wil bereiken. Of het nu
deelnemen is aan een groepswerk, of goede punten halen,
het komt er op neer om te slijmen bij de proffen en de
directeur, want anders kan je niets bereiken. Wat vaak
gebeurt is dus dat studenten en proffen tijdens de week
samen op de lappen gaan en er dingen besproken worden waar
er de volgende les op voortgegaan wordt en degenen die er
dan die avond niet bij waren, kunnen niet volgen. Of
postjes worden op die manier ook uitgedeeld. Een prof
moet niet goed zijn in lesgeven, moet geen degelijke cursus
hebben, moet geen serieus of hoogstaand onderzoek hebben
gevoerd of bezig zijn, of moet geen taken en/of examens
opgeven, hij moet gewoon de juiste mensen kennen en zich
'prostitueren'. Een beetje een sterk woord, maar de
corruptie tiert er weelderig. Een buitenlandse prof is
ooit buiten gesmeten omdat het examen te moeilijk was,
vonden enkele studenten die dicht bij de toenmalige
directeur stonden. Ze hadden geklaagd en omdat die prof
het examen niet wilde aanpassen, wat die niet nodig achtte,
is hij/zij moeten gaan. 'Het vak was overbodig' of 'het
vak werd afgebouwd', was het officiële verhaal.
Netwerken jongens, dat is de boodschap. Ik heb hen verteld
dat ik de indruk heb dat het er in België in bepaalde
sectoren ook zo aan toe gaat. Als je belangrijke mensen
kent, kunnen die een goed woordje voor je doen. In België
kan je ook praktisch alleen maar doctoreren als je in de
smaak valt van een bepaalde prof. Of in de politiek is
het nog erger, met de postjesverdeling, de
vriendjespolitiek, of je moet een 'partijkaart' hebben
om ergens aan bod te komen. Evo Morales probeert de
staatsorganen een beetje aan te passen om de corruptie
stilaan weg te werken, maar er komt natuurlijk veel
tegenwind. En weet je wat nog erger is? Ik heb zelfs
meegewerkt aan dit zogenaamde systeem van
vriendjespolitiek. Een van de antropologen die
woensdagavond mee iets waren gaan drinken, vertelde
me dat hij graag zou willen verder studeren aan het
conservatorium in La Paz. Hij was reeds door zijn
ingangsexamen, maar nu kwam hij op een wachtlijst
te staan. Omdat ik in La Paz een prof van het
conservatorium (en assistent-dirigent van het Nationaal
Symfonisch Orkest) had leren kennen, beloofde ik hem
zijn telefoonnummer door te geven. Dan moest hij maar
bellen met de groetjes van Anaïs van BD. In mijn eerste
week in La Paz, sliep ik in een kamer van het
hoofdkwartier van BD. Op het eerste verdiep woonde
een moeder met haar zoon en die zoon is de prof/dirigent.
We zijn zelfs samen naar een concert van het
Nationaal Symfonisch Orkest geweest. Het lot brengt
ons van mens tot mens. Het was goed bedoeld, ik wilde
de jongen enkel maar helpen. Ik kan het systeem niet
veranderen. Door mijn weigering zou ik deze jongen
enkel zijn kans afpakken. Ik suste me met de gedachte:
Als je auto op Diesel rijdt, moet je niet ineens LPG gaan
tanken omdat je dat zo wilt, je moet eerst de motor
aanpassen.
Donderdagnamiddag was het de bedoeling om, zoals de
katholieke traditie hier vereist, langs 14
verschillende kerken te gaan. Maar ik was nog even op
het werk gebleven om foto's op mijn blog te zetten.
3 uur heeft het geduurd, voor 3 foto's.
Mijn geduld werd zwaar op de proef gesteld.
Wat zijn wij verwend met onze snelle computers en
ons snel internet in België (en dan hebben ze bij
CEPA nog niet te klagen over hun materiaal).
Daarna ben ik nog snel inkopen gaan doen op de markt
voor het grote feestmaal van vrijdagmiddag. Op de
valreep, want de kraampjes beginnen in te pakken
als het begint te schemeren (18u30).
Semana Santa 1
Zalig Pasen!
La Semana Santa begon al vorige zondag, met Palmenzondag.
Dan is het de gewoonte dat praktiserende christenen een
gevlochten palmtakje kopen en het boven hun deur hangen.
Op TV was ook te zien hoe de President, Evo Morales,
palmtakjes kocht. Het verbaasde mij om dat uitgezonden te
zien, vermits die nog maar enkele maanden geleden staat
van kerk scheidde, wat velen mis begrepen als
de verloochening van de Kerk maar wat eigenlijk bedoeld
was als vertrekpunt om het Christendom niet langer als
enige officiële godsdienst te laten gelden. De meeste
schoolkinderen hebben enkel nog maandag en/of dinsdag
les gehad. Sommige klassen beeldden de lijdensweg van
Jezus uit, met een houten kruis, met een doornenkroon,
enz. Woensdag morgen stonden er veel bussen voor de
plaatselijke school. Er waren blijkbaar klasuitstappen
georganiseerd. Donderdag was al een halve feestdag.
De avond ervoor, woensdagavond om 19u, hadden we
attestuitreiking in de Universiteit van Oruro,
Faculteit van Antropologie. Verschillende studenten
van het vierde en vijfde jaar hadden stage gelopen bij
CEPA, om ervaring op te doen en/of in het kader van
hun thesis. Zij worden Pasantías genoemd. Een woordje
van de Directeur, een woordje van Licenciado Marcelo
Lara(mijn directe baas, hoofd van de Cultuur-eenheid),
een woordje van Gilberto Pauwels(ook mijn baas
natuurlijk), de Directeur van CEPA en een presentatie
van enkele studenten. Aan de hand van geprojecteerde
foto's vertelden ze over hun werk in de 7 verschillende
comunidades (inheemse gemeenschappen). Wat zij vooral
hebben gedaan, is de Casas de Cultura (7 in totaal)
verder helpen uitbouwen. Het zijn een soortement
culturele centra, in een daarvoor ingerichte ruimte of
in een hutje dat speciaal daarvoor gebouwd is. In enkele
Casas is een mini-museum aanwezig, een beetje uitleg
over de geschiedenis van het dorp/de gemeenschap, enkele
artefacten die opgegraven zijn,... maar het belangrijkste
deel is de zogenaamde sociale ruimte. Er worden workshops
en klassen georganiseerd voor verschillende leeftijden,
bv voor de derde leeftijd over ecotoerisme, met enkele
lagere schoolkinderen hebben ze een plan getekend van
de gemeenschap el Choro,...
Omdat hier alles op papier moet staan en de
attest-uitreiking natuurlijk gepaard gaat met een
ceremonie, was er achteraf een kleine receptie.
Mijn collega Marco had met een van de pasantías, Kriss,
ispis en kleine patatjes gebakken, met een dipsausje van
gemalen pindanootjes. Ispis zijn kleine visjes, 3 à 4 cm
groot, die in zijn geheel worden gefrituurd en in zijn
geheel worden opgegeten. We hadden ter plaatse ook
nog Yungue~no gemaakt in een bidon, een cocktail van
Singani, een sterke drank(40%) op basis van druiven,
gemengd met Tampico, zeer zoet fruitsap en water. Marco
had kleine plastiek bekertjes gekocht, de grootte van
shotjesglazen. Die had hij op het einde van de viering
rondgedeeld en dan heeft de Directeur nog een brindis
(toast) uitgebracht. De Andijnse bocaditos (snacks:
ispis en aardappeltjes) hadden veel succes, iedereen
vloog er op af. We moesten uit de aula, er ging nog een
les plaatsvinden om 20u30. Nadat we van alle proffen
en de directeur afscheid hadden genomen (hier is het
de gewoonte om ook hen telkens bij het verwelkomen
en het afscheidnemen 2 kussen te geven), zijn
we nog op de lappen geweest met enkele pasantías,
afgestudeerden en studenten antropologie, en met
mijn twee collega's Marcelo en Marco. Nog meer Singani,
deze keer gemixt met Canada Dry. Mijn voorkeur gaat
toch hiernaar uit, want de Ynungue~no smaakt mij iets
te chemisch, vanwege de straffe smaak van Tampico.
La Semana Santa begon al vorige zondag, met Palmenzondag.
Dan is het de gewoonte dat praktiserende christenen een
gevlochten palmtakje kopen en het boven hun deur hangen.
Op TV was ook te zien hoe de President, Evo Morales,
palmtakjes kocht. Het verbaasde mij om dat uitgezonden te
zien, vermits die nog maar enkele maanden geleden staat
van kerk scheidde, wat velen mis begrepen als
de verloochening van de Kerk maar wat eigenlijk bedoeld
was als vertrekpunt om het Christendom niet langer als
enige officiële godsdienst te laten gelden. De meeste
schoolkinderen hebben enkel nog maandag en/of dinsdag
les gehad. Sommige klassen beeldden de lijdensweg van
Jezus uit, met een houten kruis, met een doornenkroon,
enz. Woensdag morgen stonden er veel bussen voor de
plaatselijke school. Er waren blijkbaar klasuitstappen
georganiseerd. Donderdag was al een halve feestdag.
De avond ervoor, woensdagavond om 19u, hadden we
attestuitreiking in de Universiteit van Oruro,
Faculteit van Antropologie. Verschillende studenten
van het vierde en vijfde jaar hadden stage gelopen bij
CEPA, om ervaring op te doen en/of in het kader van
hun thesis. Zij worden Pasantías genoemd. Een woordje
van de Directeur, een woordje van Licenciado Marcelo
Lara(mijn directe baas, hoofd van de Cultuur-eenheid),
een woordje van Gilberto Pauwels(ook mijn baas
natuurlijk), de Directeur van CEPA en een presentatie
van enkele studenten. Aan de hand van geprojecteerde
foto's vertelden ze over hun werk in de 7 verschillende
comunidades (inheemse gemeenschappen). Wat zij vooral
hebben gedaan, is de Casas de Cultura (7 in totaal)
verder helpen uitbouwen. Het zijn een soortement
culturele centra, in een daarvoor ingerichte ruimte of
in een hutje dat speciaal daarvoor gebouwd is. In enkele
Casas is een mini-museum aanwezig, een beetje uitleg
over de geschiedenis van het dorp/de gemeenschap, enkele
artefacten die opgegraven zijn,... maar het belangrijkste
deel is de zogenaamde sociale ruimte. Er worden workshops
en klassen georganiseerd voor verschillende leeftijden,
bv voor de derde leeftijd over ecotoerisme, met enkele
lagere schoolkinderen hebben ze een plan getekend van
de gemeenschap el Choro,...
Omdat hier alles op papier moet staan en de
attest-uitreiking natuurlijk gepaard gaat met een
ceremonie, was er achteraf een kleine receptie.
Mijn collega Marco had met een van de pasantías, Kriss,
ispis en kleine patatjes gebakken, met een dipsausje van
gemalen pindanootjes. Ispis zijn kleine visjes, 3 à 4 cm
groot, die in zijn geheel worden gefrituurd en in zijn
geheel worden opgegeten. We hadden ter plaatse ook
nog Yungue~no gemaakt in een bidon, een cocktail van
Singani, een sterke drank(40%) op basis van druiven,
gemengd met Tampico, zeer zoet fruitsap en water. Marco
had kleine plastiek bekertjes gekocht, de grootte van
shotjesglazen. Die had hij op het einde van de viering
rondgedeeld en dan heeft de Directeur nog een brindis
(toast) uitgebracht. De Andijnse bocaditos (snacks:
ispis en aardappeltjes) hadden veel succes, iedereen
vloog er op af. We moesten uit de aula, er ging nog een
les plaatsvinden om 20u30. Nadat we van alle proffen
en de directeur afscheid hadden genomen (hier is het
de gewoonte om ook hen telkens bij het verwelkomen
en het afscheidnemen 2 kussen te geven), zijn
we nog op de lappen geweest met enkele pasantías,
afgestudeerden en studenten antropologie, en met
mijn twee collega's Marcelo en Marco. Nog meer Singani,
deze keer gemixt met Canada Dry. Mijn voorkeur gaat
toch hiernaar uit, want de Ynungue~no smaakt mij iets
te chemisch, vanwege de straffe smaak van Tampico.
woensdag 8 april 2009
Inti Raymi

Inti Raymi (Quechua voor Zonnefeest)
Vandaag (7/04) zijn we op bezoek geweest in de mijn Inti Raymi,
op twee uur rijden ten noorden van Oruro. We zijn vriendelijk
ontvangen, ze boden ons zelfs een lunch aan, maar door
ontvangen, ze boden ons zelfs een lunch aan, maar door
tijdsgebrek hebben we die helaas moeten weigeren.
We kregen een fluo-vestje met 'Visita' (bezoek) op, een groene
helm en een veiligheidsbril nog in de verpakking. We moesten de
veiligheidsvoorschriften lezen en ondertekenen, en een
aanwezigheidslijst, met je naam, bedrijf, land van afkomst
en paspoortnummer. Ze drukten ons op het hart dat ze blij
waren met ons bezoek, want dat ze absoluut een transparant
beleid voeren. Ik was afgevaardigde, samen met de
Canadees Mark Hathaway, van de Presbiteriaanse Kerk,
de rest waren 'collega's' van CEPA. Ze vroegen me naar
de reden van mijn bezoek, wat mij verontrustte ivm de
mijn, welke vragen ik erover had, zodat ze al mijn twijfels
konden weerleggen, vol lof over hun bedrijf, maar wat
had ik anders verwacht. Ik zei dat ik enkel uit
nieuwsgierigheid meegekomen was, dat er niets meer
achter te zoeken was, maar ze bleven argwanend.
Ze spotten er zelfs een beetje mee, alsof er wel een andere
dieper gewortelde reden moest zijn.
Nieuwsgierigheid vond ik al goed om te beginnen.
Misschien komen er nog bezoeken, en tegen dan zal ik
hopelijk al wat onderzoeksresultaten onder ogen
hebben gekregen van de UGent, die al dan niet op
vervuiling in de directe omgeving wijzen. Omdat men hier
percies nog niet van sanering van de bedrijfsterreinen heeft
gehoord, kunnen er nog ernstige gevolgen optreden
voor de omgeving. De mijn denkt te sluiten begin 2010,
er zou nog ontginning voorzien zijn tot november 2009.
Dan zijn ze nog wettelijk gebonden aan een
'nazorg' van het terrein van 3 jaar. Ondanks het feit dat ze
schermen met het zich aan de internationale en Boliviaanse
milieuwetgeving, regels en normen houden, komen er
nog geregeld klachten binnen van de omliggende
gemeenschappen/dorpen ivm ganado (koeien, schapen,...) die
sterven nadat ze van 'vervuild' water gedronken hebben.
Het bedrijfsterrein is enorm groot, er zijn bv verkeerslichten,
een ziekenhuis zelfs, en een gids-eenheid, die in de loop
van ons bezoek ogenschijnlijk vertienvoudigd was.
Eerst moesten we met onze mini-bus waarop een
rode wimpel was gemonteerd een jeep volgen, tegen het
einde toe werden wij op onze beurt gevolgd door nog
5 of 6 andere voertuigen van het bedrijf.
Inti Raymi is een open mijn, geen claustrofobische gangen
naar een helse diepte in de berg, zoals in Potosí, maar een
berg waarvan ze een kant zijn beginnen afgraven. We zijn
meegetroond naar het nieuwe meer Lago Kori Kollo, naar
de meer dan 400 vierkante km desmontes
(uitgespreide afval) en naar een stuk dat nog moest
opdrogen/verdampen zodat ze er beschermlagen over
konden leggen. In dat stuk waren al rietplanten aan het
groeien, dus ik weet niet hoe vervuild dat zou kunnen
zijn, en hoe resistent de planten zijn aan blauwzuur...
zijn, en hoe resistent de planten zijn aan blauwzuur...
Uiteindelijk zijn we naar de plataforma gegaan, terug
aan het begin van onze rondrit.
Inti Raymi (Newmont Mining) is sinds 1985 actief in Bolivia.
Eerst moest het dorpje La Holla wijken voor de goud- en
zilvermijn, de ruines van adobe staan er nog, maar de
inwoners zijn verplaatst naar bakstenen huizen enkele
kilometers verder. Ze genieten nu van elektriciteit,
dankzij het mijnbouwbedrijf, net als bijna alle
gemeenschappen in de buurt van de huidige mijn.
Daarna zijn ze begonnen aan het exploiteren van de
Kori Kollo (berg van goud in Quechua) en nog later in Kori Chaca.
Ze zijn als volgt te werk gegaan: Eerst hebben ze een put
Kori Kollo (berg van goud in Quechua) en nog later in Kori Chaca.
Ze zijn als volgt te werk gegaan: Eerst hebben ze een put
gegraven, el Tago de Kori Kollo. Daar hebben ze nu een meer
van gemaakt. De onderste laag is zout water, grondwater,
en de bovenste 25m is zoet water, uit het riviertje Desaguadero.
Omdat het nog een 'nieuw' meer is, is er nog geen leven in te
bespeuren, hoewel ik van de Unidad de Medio Ambiente
(natuur-unit) heb vernomen dat ze er enkele jaren
geleden prat op gingen dat ze er forel in zouden zetten, maar bij dit
geleden prat op gingen dat ze er forel in zouden zetten, maar bij dit
bezoek was er plots geen sprake meer van. Of dat leven er dus ooit
zal komen, zal de toekomst uitwijzen. Het mijnafval en de
chemicaliën die ze gebruikt hebben bij de ontginning van
het zilver en goud, kunnen ernstige schade toegebracht hebben,
maar er is geen raming gemaakt van de gevolgen op lange termijn.
Omdat er veel klachten zijn gekomen uit de omliggende dorpen,
heeft het bedrijf een milieu-audit aangevraagd, om te bewijzen
dat ze niet vervuilend te werk gaan,
en dat ze niet veel van het schaarse omgevingswater gebruiken.
De milieu-audit is begonnen in 2003, maar resultaten zijn nog
steeds niet bekend. Er zijn enkele problemen geweest met het
aanduiden van een bedrijf, want het moet internationaal
gerenommeerd zijn, moet onpartijdig zijn (het eerste audit-
bureau is buiten gesmeten nadat men heeft kunnen aantonen
dat het niet neutraal was), en zo is er vertraging opgelopen.
Ondertussen blijven de klachten binnenstromen.
Nadat de put (tago) helemaal ge-exploiteerd was, zijn ze aan de
Nadat de put (tago) helemaal ge-exploiteerd was, zijn ze aan de
berg ernaast begonnen. Ze hebben een dikke plastiek laag van
poly-ethileen gelegd naast de berg, en zijn daar ertsen beginnen
ophopen, een 'plataforma', platform hebben ze gemaakt. Op dat
platform leggen ze lagen kalk en dat besproeien ze met blauwzuur
(cianuro) en spoelen het daarna af met vers gezuiverd/steriel
water. Het goud en zilver komt daardoor vrij van de erts, spoelt
met het water mee naar beneden en wordt gekoppeld aan
carbon activo (actieve koolstof?). Die stof wordt op zijn beurt
behandeld en het goud en zilver komen vrij.
Eens het blauwzuur verbruikt is, wordt het in een open recipient
opgevangen, het is restafval, want kan niet meer van dienst zijn,
het kan niet meer gerecycleerd worden. Omdat het allemaal in
open lucht is, en door de grote hoogte en de blakke zon, verdampt
er veel afvalwater. Hoewel het een gesloten circuit is, zeggen de
ingenieurs, hebben ze toch telkens nieuw water nodig, zo'n 200
kubieke m per maand. Wat doen ze met de ertsrotsen die te
weinig edelmetaal bevatten en dus economisch niet interessant
zijn (desmonte)? Die spreiden ze uit in de omgeving. Ze leggen
wederom een plastiek, maken een laag van een meter dikke
rotsblokken, dan een laag ertsafval, wat veel sulfuras (?) bevat,
en dan een laag van 30 cm grond, die ze daarvoor hebben
afgegraven om de laag op te leggen. Daarop hebben ze plantjes
aangeplant, maar geen inheemse, want de zaden daarvan waren
nog niet te krijgen aan het begin van het project van rehabilitatie
en revegetatie om erosie van de aarde en acide water te
vermijden/ afval-dumpproject in 1995. Daarom hebben ze
maar Argentijnse plantjes gebruikt. Door de wind is er
ondertussen al een aantal plaatselijke soorten zaden verspreid
en zijn er stilaan plantjes gegroeid. Tegenwoordig, op de nieuwere
stukken afval (desmontadura), kunnen ze al Boliviaanse plantjes
zetten. Ik vroeg hoeveel verschillende soorten planten er
ongeveer groeiden, waarop ze ons meenamen naar een
afgebakend stukje met naambordjes, waarop ze zeer fier waren.
Ze waren ons gezelschap van 11 (8 van Cepa, 2 vd
Presbiteriaanse Kerk en 1 chauffeur) de hele tijd, gedurende
het hele bezoek, aan het fotograferen en filmen.
Op de duur voelde ik mij echt omringd door paparazzi.
In het levend herbarium kreeg ik plots twee van de zeldzame
gele bloemetjes die er groeiden in mijn handen geduwd. Opeens
wilden enkele ingenieurs met mij op de foto. 'Ik wil op de foto
met de illustere zuster'. Ze vroegen me mijn e-mailadres om
de foto's op te sturen. Ben eens benieuwd (ondertussen heb ik
de foto reeds ge-upload, rechtsbovenaan). Toen we door gingen
kreeg ik natuurlijk twee kussen van de ingenieurs en kreeg
ieder een heel pak informatie mee, een kalender met
ieder een heel pak informatie mee, een kalender met
gefotoshopte foto's, verschillende krantjes met alle goede
doelen die ze hebben gefinancierd, uitleg over hoe ze werken
aan het natuurbehoud en -beheer, wat ze doen voor de
ontwikkeling van Oruro, enz. En dan moet je weten dat de
mijn oorspronkelijk gefinancierd is met geld van de Wereldbank.
mijn oorspronkelijk gefinancierd is met geld van de Wereldbank.
Op de weg terug waren ze natuurlijk aan het grappen dat ik in
een van de volgende krantjes zal staan als 'het illustere curieuze
bezoek, met de goedkeuring van God'.
La Víbora


La Víbora (de adder, de slang)
Elke eerste vrijdag van de maand gaan sommige Orureños
Elke eerste vrijdag van de maand gaan sommige Orureños
(inwoners van Oruro) een offergave brengen aan La Víbora.
Dit is een traditie die al waargenomen werd van voor
de Spanjaarden hier binnenvielen en de stad Oruro
(La Villa de San Felipe de Austria) stichtten. Daarvoor
was Oruro (Huru-Huru) een knooppunt van Aymara-,
Quechua- en Uruhandelsreizigers en een mijnbouwstreek.
Quechua- en Uruhandelsreizigers en een mijnbouwstreek.
De Spanjaarden hebben een kapel neergezet
aan de voet van La Víbora (hoe kon het ook anders),
waar men kaarsjes kan gaan branden om goed geluk
te vragen aan La Santa Virgen de Veracruz (een stad
aan de oostkust van Mexico). Hier wordt ze al spottend
La Santa Virgen de Velacruz genoemd (vela=kaars),
vanwege de inmense hoeveelheid kaarsjes die er
worden aangestoken. Men weet dus niet exact van
waar het gebruik komt, maar succes heeft het zeker nog.
worden aangestoken. Men weet dus niet exact van
waar het gebruik komt, maar succes heeft het zeker nog.
Van 16u in de namiddag tot vroeg in de ochtend. Na het
werk (18u30) zijn we er met enkele collega's antropologen,
werk (18u30) zijn we er met enkele collega's antropologen,
een theologe en een kleuterjuf naartoe getrokken.
Het begon toen al te schemeren. We kochten een mesa,
offertafeltje: een A4 blad papier met daarop oneetbaar
offertafeltje: een A4 blad papier met daarop oneetbaar
suikergoed (een mengeling van kalk, water en suiker)
met veelbetekenende afbeeldingen zoals een bank, een
huis, een slang (leven, nieuw of gezonder), een vrouw
huis, een slang (leven, nieuw of gezonder), een vrouw
die water draagt en een slang (kinderen), hartjes, een
auto, een hoorn des overvloeds, ... en koekjes, snippers
zilver-glitter, thijm en nog andere kruiden.
zilver-glitter, thijm en nog andere kruiden.
We wandelden tot aan de Boca (mond van de slang) en
daar waren al enkele offervuurtjes aan het branden.
We zetten ons neer en bestelden bier. Dat hoort bij het ritueel.
En wat heel belangrijk is, je moet ofwel ineens een
krat/bak bestellen, of per twee flessen, want alles komt
in paren. Man-Vrouw, goed-kwaad, God-Duivel, warm-koud,...
Niets kan zonder zijn/haar evenknie, er moet evenwicht zijn.
Voor elke slok die je neemt, moet je een pleng-offer maken
(diegenen die nog Post-Koloniale Studies hebben gehad
(diegenen die nog Post-Koloniale Studies hebben gehad
van Koen De Munter in Gent zullen zich dit nog wel
herinneren), je moet 'Challalla' zeggen, ieders glas aanraken
met uw glas (een beetje zoals toosten bij ons) en
een scheutje bier op de grond gieten, voor moeder aarde,
met uw glas (een beetje zoals toosten bij ons) en
een scheutje bier op de grond gieten, voor moeder aarde,
of voor de slang, dat is me nog niet duidelijk (maar de
slang maakt deel uit van moeder aarde, want het is
slang maakt deel uit van moeder aarde, want het is
een rotspartij in de vorm van een slang, dus...).
Na enkele uurtjes drinken - het koppeltje dat naast ons
op een bankje zat, was al aan de tweede bak bier toe
en het zag er nog niet naar uit alsof ze zouden stoppen - en
6 flessen Huari later (het zuiverste bier, omwille van het beste
bergwater, flessen van 620ml, 4.8%, Inbev is
bergwater, flessen van 620ml, 4.8%, Inbev is
meerderheidsaandeelhouder heb ik mij
laten vertellen) hebben we ons dan toch maar gewaagd
laten vertellen) hebben we ons dan toch maar gewaagd
aan het opfikken van het offertafeltje. We bestelden leña
(brandhout met een kruidige geur, deed denken aan
de BBQ-saffen van den Hens van vroeger) en eerst
de BBQ-saffen van den Hens van vroeger) en eerst
maakten we de 4 hoeken van de mesa nat met pure alcohol,
links bovenaan beginnen en met de wijzers van de klok
mee. Iedereen moest dit doen bij alle tafeltjes.
mee. Iedereen moest dit doen bij alle tafeltjes.
En eens het hout goed aan het branden was, smeten we de
papieren vol goede symbolen er op, en dan moest je een
wens doen.
De meesten die dit ritueel elke maand doen zijn handelaars
of zaakvoerders en komen dit offer brengen zodat hun
zaken nog beter zouden gaan de komende maand.
Er hing een gezellige, opgewekte sfeer, een beetje een
kampvuur-sfeertje, een tikkeltje intiem. Er zijn nog
kampvuur-sfeertje, een tikkeltje intiem. Er zijn nog
andere offerplaatsen (huacas sagradas), zoals El Condor
en El Sapo (de pad). Ben eens benieuwd hoe die er uitziet.
van dichtbij, van ver af leek het gewoon op een rond balkon
van dichtbij, van ver af leek het gewoon op een rond balkon
tegen de rotswand.
donderdag 2 april 2009
Alle begin is...
Beste Blog-adepten,
Dit is een voorlopige blog, tot mijn oude weer in orde is. (blogs.kabaal.be/anais)
Bon, om jullie allemaal te laten weten dat ik goed ben aangekomen! Een reis van 27 uur naar de andere kant van de wereld (Bolivia).
Rebekka is mij komen afhalen van de luchthaven in El Alto, La Paz om 1u ´s nachts. Een weekje ben ik dan bij haar gebleven (op het steunpunt van BD). Een beetje tot rust gekomen, een beetje gelezen, een beetje de stad verkend, een beetje uit geweest met Rebekka (en onze Boliviaanse vrienden Parmenia en Fernando) en Saïdya.
Uiteindelijk ben ik dan toch op de bus gekropen naar Oruro. Een beetje langer dan verwacht onderweg geweest, want had de verkeerde maatschappij uitgekozen.
In Oruro ben ik zeer vriendelijk ontvangen in Casa Flores (een groot huis van de familie Flores, waar geregeld buitenlanders verblijven in 1 van de 5 kamers die ze ter beschikking hebben om te verhuren).
Zondag is El Hermano Gilberto (de oblaat Gilberto Pauwels, hier door iedereen geadoreerd en aangesproken als Hermano) mij komen welkom heten. Wat een hartelijke ontvangst!
Maandag is dan het werk begonnen. Door een van de kindjes uit Casa Flores afgezet aan de deur van CEPA (Centro de Ecología y Pueblos Andinos) met een minibus. In de voormiddag heb ik een rondleiding gekregen en in de namiddag hebben Marcelo en Marco Antonio (die samen met German en ik nu de Unidad de Cultura vormen) mij al meteen meegetroond naar 4 vergaderingen. Direct werk voor de boeg!
Ik ben eens benieuwd wat de volgende weken me gaan brengen.
Nog enkele weetjes over de perceptie van Vlamingen. Er zijn hier al ´veel´Vlamingen over de vloer geweest om vrijwilligerswerk te doen (of in het kader van hun thesis). En ik beantwoord niet aan hun verwachtingen. Want: alle Vlamingen dragen hippie-kleren (en mij vinden ze conformistisch gekleed gaan, huhum), alle vlamingen zijn vegetariër (en sommigen onder hen houden het niet vol, zeggen ze er dan bij. Ik heb hen gezegd dat ik niet elke dag vlees eet, waarop ze me prompt meenamen naar een vegetarisch restaurant, Govinda), alle Vlamingen hebben een laptop mee (bon, ik heb er ook ene bij, maar zo nieuw is die nu ook weer niet), alle Vlamingen drinken bier (en ik niet elke dag), Vlamingen kunnen niet goed (of helemaal geen) Spaans als ze aankomen in Bolivia, maar ik wel, hoe komt dat (vragen ze zich af)! k zal hen nog verbazen denk k... of de clichés doorbreken. Wacht tot ik in mijn bolrok en bolhoed rondloop!
Dit is een voorlopige blog, tot mijn oude weer in orde is. (blogs.kabaal.be/anais)
Bon, om jullie allemaal te laten weten dat ik goed ben aangekomen! Een reis van 27 uur naar de andere kant van de wereld (Bolivia).
Rebekka is mij komen afhalen van de luchthaven in El Alto, La Paz om 1u ´s nachts. Een weekje ben ik dan bij haar gebleven (op het steunpunt van BD). Een beetje tot rust gekomen, een beetje gelezen, een beetje de stad verkend, een beetje uit geweest met Rebekka (en onze Boliviaanse vrienden Parmenia en Fernando) en Saïdya.
Uiteindelijk ben ik dan toch op de bus gekropen naar Oruro. Een beetje langer dan verwacht onderweg geweest, want had de verkeerde maatschappij uitgekozen.
In Oruro ben ik zeer vriendelijk ontvangen in Casa Flores (een groot huis van de familie Flores, waar geregeld buitenlanders verblijven in 1 van de 5 kamers die ze ter beschikking hebben om te verhuren).
Zondag is El Hermano Gilberto (de oblaat Gilberto Pauwels, hier door iedereen geadoreerd en aangesproken als Hermano) mij komen welkom heten. Wat een hartelijke ontvangst!
Maandag is dan het werk begonnen. Door een van de kindjes uit Casa Flores afgezet aan de deur van CEPA (Centro de Ecología y Pueblos Andinos) met een minibus. In de voormiddag heb ik een rondleiding gekregen en in de namiddag hebben Marcelo en Marco Antonio (die samen met German en ik nu de Unidad de Cultura vormen) mij al meteen meegetroond naar 4 vergaderingen. Direct werk voor de boeg!
Ik ben eens benieuwd wat de volgende weken me gaan brengen.
Nog enkele weetjes over de perceptie van Vlamingen. Er zijn hier al ´veel´Vlamingen over de vloer geweest om vrijwilligerswerk te doen (of in het kader van hun thesis). En ik beantwoord niet aan hun verwachtingen. Want: alle Vlamingen dragen hippie-kleren (en mij vinden ze conformistisch gekleed gaan, huhum), alle vlamingen zijn vegetariër (en sommigen onder hen houden het niet vol, zeggen ze er dan bij. Ik heb hen gezegd dat ik niet elke dag vlees eet, waarop ze me prompt meenamen naar een vegetarisch restaurant, Govinda), alle Vlamingen hebben een laptop mee (bon, ik heb er ook ene bij, maar zo nieuw is die nu ook weer niet), alle Vlamingen drinken bier (en ik niet elke dag), Vlamingen kunnen niet goed (of helemaal geen) Spaans als ze aankomen in Bolivia, maar ik wel, hoe komt dat (vragen ze zich af)! k zal hen nog verbazen denk k... of de clichés doorbreken. Wacht tot ik in mijn bolrok en bolhoed rondloop!
Abonneren op:
Posts (Atom)